Column: Een nieuwe jas??!

Vanmorgenvroeg wandelend over de Lijnbaan in het centrum van Rotterdam liep ik naar mijn werk. Ondanks dat de lente was begonnen was het toch nog aardig fris, zonder dat ik het koud had wandelde ik door. Ik liep wat door totdat twee dames mijn aandacht trokken. Het waren dames van iets boven de middelbare leeftijd, ze waren druk met elkaar in gesprek.

Vanmorgenvroeg wandelend over de Lijnbaan in het centrum van Rotterdam liep ik naar mijn werk. Ondanks dat de lente was begonnen was het toch nog aardig fris, zonder dat ik het koud had wandelde ik door. Ik liep wat door totdat twee dames mijn aandacht trokken. Het waren dames van iets boven de middelbare leeftijd, ze waren druk met elkaar in gesprek.

De ene dame had opgestoken en geblondeerd haar en de andere dame, duidelijk wat ouder, had langer sluikend haar. Langzaam in mijn eigen tempo kwam ik dichterbij de dames. Beiden hadden zij naar mijn mening iets te veel make-up op vandaag en ook de zware parfumlucht kwam mij al tegemoet. Deze vrouwen bezaten schijnbaar veel geld of zij wilden dat de mensen doen geloven.

Opnieuw dichterbij gekomen werd het geluid van de stemmen mij duidelijker. Op een gegeven moment werden de woorden verstaanbaar. Met een lach op mijn gezicht liep ik verder en vroeg me af of ik deze dames moest gaan groeten. Ik hoorde dat de geblondeerde vrouw de andere vrouw iets vroeg: “Is dat nou trouwens je nieuwe jas?” en nieuwsgierig en vanzelfsprekend bekeek ik de jas.

Een halflange en lichtbruine jas kreeg ik in mijn vizier. De jas zag er inderdaad nieuw uit en had waarschijnlijk veel geld gekost. Ondertussen antwoordde de andere vrouw: ” Ja, dit is hem, ik heb hem gister gekocht.”

De vrouw trok haar jas iets op en een grote witte bontkraag verscheen. “Echt bont”, verklaarde zij om de ander te imponeren. Geschokt en ontroerd kon ik mijzelf niet bedwingen en bleef net voor de beide vrouwen staan. Woorden schoten door mijn hoofd en aan de verbaasde blikken van de vrouwen te zien stond ik daar zeker al tien seconden zonder iets te zeggen.

Een beetje bekoeld, begon ik tegen de vrouw: “Gefeliciteerd met uw nieuwe jas mevrouw, hij is erg mooi. Ik weet zeker dat het zeehondje ook blij was met zijn vachtje voordat hij werd vermoord. Zijn ogen nog maar net open en dan al oog in oog met zijn belager met een knuppel. Niks vermoedend en onschuldig, liefdevol en agressieloos in de ogen met zijn toekomstige moordenaar.
Zijn kopje omhoog en kijkend ziet hij de man en slaat de gewetenloze toe. De knuppel slaat neer op het hoofdje van het zeehondje. Eenmaal, tweemaal, tot het niet meer beweegt. Buiten bewustzijn, als het geluk heeft! Er komt een groot mes te voorschijn om zijn vachtje te stelen.
Een vachtje speciaal voor uw mooie jas en speciaal voor u om er mee te kunnen pronken. Gefeliciteerd mevrouw met uw jas waar bloed aan zit. Een jas waarvan u het warm krijgt, maar ik krijg het er koud van.”

“Een nieuwe jas?? Ik dacht het niet!”

En zonder haar verder een blik te geven, liep ik door.

STOP de zeehondenjacht

Weg met de Fiat

Afgelopen maandag liep ik op straat en ik kon mijn aandacht maar niet af krijgen van de auto die daar stond. Een auto die je maar heel weinig ziet en die je aandacht trekt. Ook ik was aan de beurt en mijn aandacht werd getrokken door een Chevrolet.

Het was zeker geen nieuwe (…)

Afgelopen maandag liep ik op straat en ik kon mijn aandacht maar niet af krijgen van de auto die daar stond. Een auto die je maar heel weinig ziet en die je aandacht trekt. Ook ik was aan de beurt en mijn aandacht werd getrokken door een Chevrolet.

Het was zeker geen nieuwe auto, een auto uit de jaren ’80 en misschien zelfs nog wel eerder. Een auto waar de Rock & Roll nog vanaf te zien valt. Lederen bekleding, glimmend stuur, chromen velgen en hier en daar was natuurlijk ook wat bont te bespeuren. Ik stond even te kijken bij deze wagen en er stapte iemand in, het was een echte man, een grote stevige, ietwat dikke kerel. Het was duidelijk iemand die bij zo’n auto past.

Ik had op geen beter moment daar kunnen staan, want hij startte de auto en de auto, die nog ouder was dan ik, begon te leven. Hier was geen sprake van een machine, maar een echt levend wezen. Die ontwaakt uit zijn diepe slaap en bromt of, beter gezegd, schreeuwt om te mogen rijden. En ik, ik schreeuwde mee, het was een geluid zoals elke auto zou moeten klinken. Ik wil geen stilte meer. Nee, ik wil het geluid van die krachtige Amerikaanse auto met zijn geschreeuw en de passie die uit zijn motor komt. Die de Rock & Roll laat spreken en die je al van verre hoort aankomen. Dat zijn auto’s en daar kijk je naar.

En toen hij wegreed kwam achter dit kunstwerk een Fiat, zonder geluid en een goede wegligging en ik besefte het me:

WEG MET DE FIAT!

Gillende meisjes

Wibe beleeft een droomvakantie in Spanje.

Om mijn Spaanse les kracht bij te zetten had ik voor vorige week een reisje naar de hoofdstad van Spanje geboekt. Hierdoor heb ik helaas wel een training en inhaalwedstrijd gemist. Om tijdens mijn afwezigheid niet te vervreemden van de voetbalsport wilde ik de Champions League-wedstrijd van Real Madrid tegen Rosenborg bijwonen. Maar navraag bij mijn bankrekening leerde dat een ticket van 155 euro een te groot gat in mijn vakantiebudget zou slaan. Als alternatief ben ik naar een tenniswedstrijd van Rafael Nadal geweest. Ook een leuk evenement met allemaal gillende meisjes die vanaf de tribune hun liefde voor deze jonge Spaanse tennisser luidruchtig kenbaar maakte. En, hij won, en heeft uiteindelijk ook het toernooi gewonnen.

Het weer bestond uit zeer aangenaam najaarsweer. In de zon door de smalle straatjes van het middeleeuwse stadje Toledo geslenterd en heel veel café con leche gedronken. Daarnaast heb ik mij tijdens die ene regenachtige dag vergaapt aan oneindige zalen vol met kunst in het Prado en Reine Sofia museum.

Ook heb ik uitgekeken naar een geschikte partner voor de Neptunus-reis naar Praag. Kandidaten genoeg in soorten en maten die buitengewoon goed overeen komen met mijn smaak op dat gebied. Maar ik heb nog geen keuze kunnen maken. Kortom, reden genoeg om nog eens terug te gaan.

Het is maandag

Maandag, het begin van de week, de vorige week is weer voorbij. Je gaat weer naar je werk, naar school of je blijft gewoon thuis.
Als je thuis blijft dan heb je geen werk of dan heb je geen school, dan ben je lui of vrij of ziek of je doet alsof je ziek bent, maar je blijft in je bed, want het is maandag. […]

Maandag, het begin van de week, de vorige week is weer voorbij. Je gaat weer naar je werk, naar school of je blijft gewoon thuis. Als je thuis blijft dan heb je geen werk of dan heb je geen school, dan ben je lui of vrij of ziek of je doet alsof je ziek bent, maar je blijft in je bed, want het is maandag.

Maar als je oud bent en bejaard, dan heb je geen school en dan heb je geen werk dan is het maandag zonder dat je weet dat het maandag is, het is een dag zoals elke andere dag. Als je oud bent en bejaard dan kan je niet in bed blijven liggen je wilt er zo vroeg mogelijk uit want het… ja welke dag is het dan eigenlijk?

Je stapt uit je bed en je kijkt naar buiten. Het is 7 uur en de buurman gaat naar zijn werk, hij kust zijn vrouw gedag en zwaait naar zijn kinderen. Je herkent jezelf een beetje in deze man. Toen je nog een vrouw had en je kinderen nog thuis woonden, toen je nog mocht zwaaien en een kus mocht geven. Nu mag je alleen op donderdagmiddag even kussen, je dochter komt even langs met haar kleinkinderen, ze blijven maar een uurtje want opa praat alleen over de dingen van vroeger.

Je ziet de verveling van je kleinkinderen en je twijfelt of je het verhaal al een keer eerder hebt verteld. Het is echter niet die twijfel die je het meest zorgen baart, je twijfelt over wat ergers, iets wat je eigenlijk moet weten als je een goede opa wilt zijn. Was het nou Bart of Bas, je bent de naam van je kleinkind vergeten…

Opeens krijg je een kus op je wang… “We gaan naar huis opa”. Je twijfelt, kijkt je kleinzoon in zijn ogen en verzint maar snel “tot volgende week jongen” en geeft hem een kleinigheid omdat opa’s dat behoren te doen. Geen Werther’s Original meer, want daar is hij de vorige keer bijna in gestikt.

Je zwaait ze nog even uit vanuit het raam. Ook de buurman komt weer thuis van zijn werk en je voelt de leegte en eenzaamheid als je terug de kamer inkijkt. Graag zou je even in de huid van de buurman willen kruipen, naar de warmte van zijn vrouw en kinderen. Maar eens is hij net zo oud als jij, zoals iedereen oud zal gaan worden.

Wanneer je voor het raam staat en de buurman naar zijn werk ziet gaan en je alleen daarom weet welke dat dag het is, dan weet je dat je oud bent. Dus denk een beetje aan de ouderen, want later bent u net zoals zij nu zijn.

Het is maandag.

Sta eens stil bij de gewone dingen in het leven

Danny is van plan regelmatig een bijdrage te leveren aan de site. Dit is zijn eerste.

In gedachten zoals zo vaker liep ik over straat, het was geen mooie zonnige dag, maar ook zeker geen vervelende dag waarin je nergens zin in hebt. Het was zo’n dag waarvan er wel 350 in een jaar zitten. Zo’n dag waar je eigenlijk nergens bij stil staat. Het was een dag die u en ik vaker hebben beleefd.

En ik liep verder op straat het was geen mooie of schone straat. Het was ook zeker geen straat die vervuild of vies was. Het was een straat waar je doorheen loopt zonder te bedenken wat er eigenlijk altijd in die straat gebeurt. Het was een straat waar u en ik in zouden kunnen wonen zonder dat het iemand op zou vallen.

En ik liep verder op straat. Ik liep niet hard of snel, maar ik liep ook zeker niet hard. Het was een pas in een ritme, waarbij een zoontje van 8 of misschien 9 met zijn vader mee zou kunnen lopen. Het was een pas waarin in u en ik elke dag zouden kunnen lopen zonder dat het leek alsof we haast hadden.

En in gedachten liep ik verder op die straat en het waren niet eens zo heel veel dingen die ik dacht. Het was een gedachte die u en ik konden hebben. Het was een gedachte over de normale dingen in het leven, waar we nauwelijks bij stil staan. Waar we doorheen gaan als iemand die door een gewone straat, met een gewone pas en gewone gedachten rondloopt.

Ik dacht aan die normale dingen en ik bedacht mij opeens dat de gedachte meer was dan zomaar een gedachte en ik bedacht mij dat ik blij was om te leven. Niet omdat ik zo heel gelukkig ben of heel ongelukkig, maar gewoon om de dingen die gewoon zijn. Juist door die dingen kan het leven gemaakt worden. Want ook zonder gewone straten kun je geen mooie stad bouwen en zonder een normale pas kun je niet overal komen.

Dus daarom vraag ik u sta een wat vaker stil bij de dingen die gewoon zijn en normaal in het leven zijn. Alleen dan kunt u genieten van het leven.

En met de fijne gedachten liep ik, in een fijne pas verder in de mooie straat in een gewoon leven.